emessenger optieshttp://www.hypotheek-verzekeringen-vragen.nl heeft de volgende bericht(en) gevonden op zoekwoord emessenger opties opties uitlegOptie is een begrip dat u waarschijnlijk wel kent uit de huizenhandel. Stel: u heeft een mooi huis op het oog, maar u kunt of wilt nog niet direct over de koop van het huis beslissen. De mogelijkheid bestaat dan om een optie op het huis te nemen. U spreekt dan het volgende concreet af met de verkoper: hij verkoopt het huis gedurende een bepaalde tijd niet aan een ander en tijdens die periode zal hij de prijs van het huis niet veranderen. Tijdens deze periode kunt u de koop overwegen (tevens kunt u met geldschieters overleggen). Besluit u het huis te kopen, dan is de verkoper verplicht u het huis te verkopen tegen de overeengekomen condities. Hij kan dan niet van deze condities afwijken. Wilt u echter van de koop afzien, dan kunt u dat gewoon doen. U heeft immers een recht verworven waarvan u niet verplicht gebruik hoeft te maken. De houder van de optie heeft zich dus een recht verworven waarvan hij gebruik maakt als hem dat te pas komt. Tegenover een recht staat een plicht. Deze plicht is door de tegenpartij aangegaan, waaraan hij dient te voldoen als hem dat gevraagd wordt. Voor het verwerven van een optie hoeft in de huizenhandel niet betaald te worden in de regel. In tegenstelling tot de huizenhandel, wordt in de effectenhandel wel betaald om een optie te bemachtigen. Het betalen voor opties in de effectenhandel is zelfs essentieel voor de handel hierin. In de effectenhandel bestaan twee soorten opties: calloptie De calloptie is het recht (en geen verplichting!) dat een houder heeft om gedurende een van tevoren afgesproken periode de onderliggende waarde te kopen tegen een vooraf overeengekomen prijs. De calloptie, oftewel het recht om de onderliggende waarde te kopen, is verhandelbaar. Tegenover een calloptie staat een putoptie. Deze optie geeft de houder het recht om gedurende een afgesproken tijd de onderliggende waarde tegen een vooraf overeengekomen prijs te verkopen. Net zoals de calloptie is ook de putoptie verhandelbaar. Hiervoor hebben wehet over onderliggende waarden gehad. De call- en putopties hebben dus betrekking op deze waarden. Er bestaan diverse soorten van deze waarden. Aandelen zijn de belangrijkste. Waar verderop in de tekst gesproken wordt over onderliggende waarden, dan worden daar aandelen mee bedoeld. Maar, er zijn dus meerdere soorten. Er bestaan opties op de volgende onderliggende waarden: obligaties De bezitter van een optie wordt dus een houder genoemd. De optie is een recht die de houder bezit. Tegenover een recht hoort een verplichting te staan. De bezitter van zo'n verplichting wordt een schrijver genoemd. De houder en schrijver gaan dus transacties met elkaar aan. De schrijver van een optie neemt bij een calloptie de plicht op zich om aandelen (of een waarde dus) te leveren aan een houder tegen de vooraf overeengekomen prijs, als de houder daarom vraagt. Integenstelling tot het vorige is een schrijver van een putoptie verplicht aandelen te kopen van een houder tegen een vooraf overeengekomen prijs, als de houder daarom vraagt. Zoals hiervoor al genoemd, wordt, in tegenstelling tot de huizenhandel, voor het in bezit krijgen van opties betaald. De houder koopt de optie van de schrijver. Voor de leverings- of afnameplicht die de schrijver dan op zich neemt, wil hij een bepaalde vergoeding. Zo'n vergoeding wordt een premie bedoeld. Hierna zullen een aantal verwarringen die kunnen ontstaan, hopelijk weggenomen worden. Het is normaal gesproken zo dat iemand die iets verkoopt, het betreffende ook werkelijk in zijn bezit heeft. Bij opties is dit niet zo. De schrijver "verkoopt" de optie en neemt door deze transactie een verplichting op zich. De koper is nu in het bezit van een zaak, namelijk de optie. Hiervoor is "verkoopt" tussen aanhalingstekens geplaatst. De reden is dat het geen daadwerkelijke verkoop inhoudt in de zin van het woord. De schrijver verkoopt dus niet, maar schrijft. Daar wordt verderop op teruggekomen. De koper kan echter de aangekochte optie later weer verkopen. En dit is verkopen in de oorspronkelijke zin van het woord. Deze transactie heeft andere gevolgen, dan de transactie die de schrijver aangegaan is. De schrijver gaat door zijn "verkoop" een verplichting aan. Alleen de koper van de optie kan een verkooptransactie aangaan in de werkelijke betekenis van het woord. De koper kan namelijk de optie weer van de hand doen en wordt daarmee verkoper. De verkoper draagt daarbij het recht over aan een andere koper. Er is duidelijk een verschil tussen verkoper en schrijver. De verkoper verkoopt een recht nadat hij zelf eerst koper geweest is. De schrijver schrijft de optie, krijgt hiervoor een premie en levert het aan de koper. De naam schrijver heeft een historische betekenis. Vroeger werden de opties daadwerkelijk uitgeschreven aan de kopers. Voorts kan er nog een verwarring optreden, die hopelijk wederom weggenomen kan worden. Uit het voorgaande lijkt het alsof alleen de koper het recht weer van de hand kan doen. De koper kan de optie dus verkopen. Maar, ook een schrijver kan de verplichting van de hand doen. De verplichting die de schrijver levert aan de koper wordt dus niet verkopen genoemd, maar schrijven. Om deze transactie om te draaien, dus dat een schrijver van zijn verplichting af wil, zal hij de optie moeten terugkopen. De schrijver koopt hiermee zijn verplichting af. Ook deze transactie heeft andere gevolgen, dan van een kooptransactie in de originele zin van het woord mag worden verwacht. Zoals eerder opgemerkt verwerft de koper van de schrijver een recht. Doordat de schrijver de optie terugkoopt, koopt hij zijn verplichting af. Let wel: de schrijver koopt hiermee zijn verplichting af, maar krijgt er geen recht voor terug. |