|
Onderwerpen
>>
Scheiden
>> Ouderdomspensioen
Ouderdomspensioen
Over
het algemeen wordt er in Nederland getrouwd in gemeenschap van goederen.
Dit betekent dat alle goederen van beide echtgenoten zijn. En, hoewel
dit pas op latere leeftijd van toepassing is, het geldt ook voor
de verdeling van het voor beide echtgenoten bedoelde ouderdomspensioen.
Op 1 mei 1995 is de ´Wet verevening pensioenrechten bij scheiding´
in werking getreden. In principe houdt deze wet in dat degene die
het pensioen niet zelf heeft opgebouwd toch recht heeft op de helft
van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. Het
AOW pensioen valt dus niet onder deze wet. Dit wordt immers
uitbetaald aan een ieder die 65 jaar wordt. Er is overigens wel een
ondergrens vastgesteld. Het bedrag dat zou moeten worden betaald aan
de persoon die het pensioen niet zelf heeft opgebouwd moet op het
tijdstip van de scheiding meer
zijn dan Euro 332,29
bruto per
jaar. (Per 1 januari 2002.)
Bovenstaande
wet geldt voor de ex-echtgenoten van wie de echtscheiding op of
na 1 mei 1995 is ingeschreven in de registers van de burgerlijke
stand en voor ex-echtgenoten van wie de scheiding van tafel en bed
op of na 1 mei 1995 definitief is geworden. Mits er aan vier voorwaarden
wordt voldaan geldt de wet ook voor ex-echtgenoten van wie de echtscheiding/scheiding
van tafel en bed voor 27 november 1981 is ingeschreven in de registers
van de burgerlijke stand en de deling van de boedel voor dezelfde
datum heeft plaatsgehad. De vier voorwaarden waaraan moet worden
voldaan zijn:
- De
pensioenuitvoerder moet uiterlijk 30 april 1997 bericht hebben
ontvangen van de ontvangende partij.
- Het
huwelijk moet minimaal 18 jaar hebben geduurd.
- Er
moet tijdens het huwelijk tenminste één minderjarig kind zijn
geweest.
- Er
mag geen rekening mee zijn gehouden dat één van de ex-echtgenoten
op het moment van scheiding geen of te weinig pensioenrechten
had opgebouwd.
Wanneer
u denkt recht te hebben op deze regeling dan moet u uw scheiding
melden bij de pensioenuitvoerder waarbij uw ex-echtgenoot is aangesloten.
Dit doet u door het formulier ´Mededeling van scheiding in verband
met verdeling van ouderdomspensioen´.
Wanneer
uw ex-echtgenoot tijdens het huwelijk bij verschillende werkgevers
heeft gewerkt moet u naar elke pensioenuitvoerder een formulier
sturen om uw echtscheiding te melden. De kosten van het verdelen
van het pensioen worden door elke pensioenuitvoerder aan beide ex-echtgenoten
in rekening gebracht. De hoogte van het bedrag kan erg verschillen.
Het
is mogelijk uitvoering van de ´wet verevening pensioenrechten bij
scheiding´ uit te sluiten. U kunt bijvoorbeeld onder huwelijkse
voorwaarden trouwen en afspreken dat u besluit niet tot verdeling
van het ouderdomspensioen over te gaan. Ditzelfde kunt u besluiten
in geval van scheiding door het opnemen van deze afspraak in het
scheidingsconvenant.
Bent
u tussen 27 november 1981 en 1 mei 1995 gescheiden en heeft de deling
van de boedel na 27 november 1981 plaatsgevonden, dan valt u niet
onder bovenstaande wet maar onder het ´pensioenarrest´. Hierbij
wordt het ouderdomspensioen van de echtgenoot afgewogen tegen het
bijzonder weduwenpensioen. De waarde van het ouderdomspensioen is
hoger dan de waarde van het bijzonder weduwenpensioen en dus moet
de man de helft van dit verschil uitbetalen aan de vrouw. De waarden
van de pensioenen zijn in de meeste gevallen berekend aan de hand
van tabellen met de gemiddelde sterfteleeftijden van mannen en vrouwen.
Scheiden:
Introductie | Alimentatie |
Boedelverdeling | Gezag
minderjarige l Ouderdomspensioen
l Gezag en voogdij
|