|
Onderwerpen >> Investerings- en
scholingsaftrek
Investerings- en scholingsaftrek
De investerings- en scholingsaftrek voor ondernemers zijn een paar
wijzigingen ondergaan. Zo wordt de aftrek voortaan evenredig verdeeld over
alle deelnemers in een samenwerkingsverband. Investeringen binnen en buiten
het samenwerkingsverband moeten bij elkaar opgeteld worden. U heeft recht
op investeringsaftrek als u voor meer dan EUR 1.900 investeert in
bedrijfsmiddelen. U investeert in een bedrijfsmiddel in het jaar waarin u
het koopt, en dus een betalingsverplichting aangaat. In dat jaar kunt u de
investeringsaftrek toepassen. Misschien neemt u een bedrijfsmiddel nog niet
in het jaar van de investering in gebruik. Dan moet u soms een deel van de
investeringsaftrek doorschuiven naar een later jaar.
Scholingsaftrek
Kosten voor bedrijfsopleidingen, vakcursussen of opleidingen voor
mensen binnen de onderneming kunnen volledig van de winst worden
afgetrokken. Daarnaast kan er ook gebruik worden gemaakt van de
scholingsaftrek. De scholingsaftrek is dat een ondernemer de scholingskosten
voor zijn personeel voor een hoger bedrag dan de werkelijke uitgaven in
mindering mag brengen bij de berekening van de winst. Deze aftrek bedraagt
20% van de gemaakte scholingskosten. Voor scholingskosten gemaakt ten
behoeve van ouderen (werknemers van 40 jaar en
ouder) is de scholingsaftrek uitgebreid met 40% van de gemaakte
scholingskosten. Deze uitbreiding is per 1 januari
2003 echter afgeschaft.
Als de totale scholingskosten niet hoger zijn dan € 129 000, dan
wordt over de eerste € 31 000 20% extra aftrek
verleend.
Een studie kan uitsluitend worden afgetrokken wanneer deze door
uzelf gevolgd is, u moet dan wel eventuele vergoedingen af6trekken van deze
kosten. U mag ook rente aftrekken die u in 2002 heeft betaald voor een
schuld die op 31 december 2000 bestond en die u bent aangegaan om uw
studiekosten te betalen.
Maakt u onderdeel uit van een vennootschap onder firma, maatschap of
een ander samenwerkingsverband? Dan wordt de scholingsaftrek berekend over
de totale scholingskosten van de onderneming. Daarna wordt de berekende
scholingsaftrek verdeeld over de vennoten of maten.
Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek
In 2003 geldt de volgende tabel:
|
Bij een investeringsbedrag in 2003 van meer dan
|
maar niet meer dan
|
bedraagt het percentage
|
|
-
|
€ 2 000
|
0
|
|
€ 2 000
|
€ 33 000
|
25
|
|
€ 33 000
|
€ 64 000
|
22
|
|
€ 64 000
|
€ 93 000
|
19
|
|
€ 93 000
|
€ 124 000
|
16
|
|
€ 124 000
|
€ 155 000
|
13
|
|
€ 155 000
|
€ 186 000
|
11
|
|
€ 186 000
|
€ 217 000
|
8
|
|
€ 217 000
|
€ 248 000
|
5
|
|
€ 248 000
|
€ 279 000
|
3
|
|
€ 279 000
|
-
|
0
|
Ondernemers : Ondernemers
| Omzetbelasting | Loonbelasting l Investeringsregelingen l Motorrijtuigenbelasting | vennootschapsbelasting l Ziekenfondswet zelfstandigen l Startende ondernemers l veranderingen |
Winst uit onderneming belast
in box 1 l Meesleep- en
meetrekregeling l Commanditaire
vennoten l scheepvaart- en
film cv's l Man-vrouwfirma's l Fiscale
beleggingsinstelling l Aftrekposten voor
ondernemers l Investerings-
en scholingsaftrek l Stakingen
l Klein bedrijf belastingvrij
over te dragen l Fiscale
oudedagsreserve l Reiskosten
l Werkgeversvergoedingen
en bedrijfsspaarregelingen l Strafheffing op vennootschapbelasting bij sterke toename
dividenduitkering
|