-
Vanaf 1 april 1997 is de
Seniorenregeling Universitaire Medewerkers (SUM) in werking gegaan. De
regeling geldde tot 1 augustus 1998.
-
Doel van de regeling was het
bereiken van een meer passende arbeidssituatie voor senioren, waarbij het
voor hen aantrekkelijker was om aan het arbeidsproces te blijven deelnemen.
-
De SUM kwam vanaf 1 april
1997 in plaats van de tot dat moment geldende Seniorenbeleid
Onderwijspersoneel (SOP) regeling (Stb. 1995,161), zoals in werking getreden
op 1 mei 1993 en laatstelijk verlengd tot en met 1 april 1997 door partijen
op 19 december 1996. De overgangsbepalingen voor degenen die op 1 april 1997
gebruik maken van de SOP-regeling zijn opgenomen in paragraaf 2.
-
De SUM biedt aan werknemers,
die in de periode vanaf 1 april 1997 tot 1 augustus 1998 57 jaar of ouder,
maar niet ouder dan 61 jaar zijn, de mogelijkheid om de feitelijke werktijd
per week terug te brengen.
-
Van toepassing zijn alle
bepalingen zoals opgenomen in de in ld 3 genoemde SOP- regeling met
uitzondering van het hierna volgende bepaalde voor de periode vanaf het
bereiken van de 61-jarige leeftijd tot aan pensioendatum op 65-jarige
leeftijd.
-
Voorafgaand aan het moment
waarop feitelijk gebruik wordt gemaakt van de onder 3 genoemde mogelijkheid
verplicht werknemer zich om vanaf het bereiken van de 61-jarige leeftijd
gebruik te maken van de (deeltijd) FPU-regeling.
-
Het deeltijdpercentage waarin
van FPU gebruik moet worden gemaakt is gelijk aan het aantal dagen dat vanaf
de 61-jarige leeftijd gebruik zou moeten worden gemaakt van de SOP-regeling.
-
Op de datum van ingang van de
verkorte werkweek zal werkgever een zodanige voorziening treffen ten gunste
van de werknemer dat gedurende een periode na het begin van de deelname aan
de FPU-regeling de pensioenopbouw, voor zover deze gefinancierd wordt uit de
werkgeverspremie, voortgezet wordt.
-
De onder 8 genoemde periode
is gelijk aan de periode gelegen tussen de datum van ingang van de verkorte
werkweek en het bereiken van de 61-jarige leeftijd. Ingeval direct bij het
bereiken van de 57-jarige leeftijd gebruik wordt gemaakt van de verkorting
van de werkweek, dan is deze periode maximaal (dus 4 jaar).
-
De onder 8 en 9 genoemde
voorziening maakt het mogelijk dat de pensioenopbouw gedurende (een deel
van) de verplichte FPU-periode volledig voortgezet wordt mits de werknemer
het daarbij passende werknemersdeel (doorsneepremie) in de premie betaalt.
Het werknemersdeel wordt berekend op basis van de doorsneepremie.
-
Deze regeling geldt tot 1
augustus 1998, met dien verstande dat deze regeling voor de werknemer die
voor deze datum van deze regeling gebruik heeft gemaakt, behoudens
voorafgaand ontslag voor het bereiken van de 61-jarige leeftijd, van
toepassing blijft totdat hij de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.